ijdeltuit
Ik geef het wel toe, ik spreek het openlijk uit, omdat het niet uit maakt wat ik er tegen doe, want ik ben soms een ijdeltuit.
Ik loop dan over de straten te pronken, ik laat mij dan écht zien, ik verspreidt dan mijn ijdele vonken, die mij mijzelf doen herzien.
Ik ben daar zeker niet trots op, want het schenkt mij alleen maar weerzin, waardoor ik mijzelf zeker niet op de schouder klop, omdat ik dan wordt gevuld met een zeer sterke tegenzin.
Maar ik begrijp dat mijn ijdelheid bij mij schijnt te horen, ik begrijp dat mijn ijdelheid een deel van mij uit schijnt te maken, waardoor ik mijzelf ertoe aan moet sporen, om het werk van mijn ijdelheid voorgoed te staken.
Ik loop dan over de straten te pronken, ik laat mij dan écht zien, ik verspreidt dan mijn ijdele vonken, die mij mijzelf doen herzien.
Ik ben daar zeker niet trots op, want het schenkt mij alleen maar weerzin, waardoor ik mijzelf zeker niet op de schouder klop, omdat ik dan wordt gevuld met een zeer sterke tegenzin.
Maar ik begrijp dat mijn ijdelheid bij mij schijnt te horen, ik begrijp dat mijn ijdelheid een deel van mij uit schijnt te maken, waardoor ik mijzelf ertoe aan moet sporen, om het werk van mijn ijdelheid voorgoed te staken.
Reacties
Een reactie posten